Vier manieren om op iemand te wachten
5 maart, 2007
1.
Zittend. Denkend aan liggen. Je handen
strijken rimpels in het tafellaken glad
rond een gerecht dat moeilijk en te veel
voor twee en niet als op het plaatje is,
maar ruikt, het ruikt de ramen uit, het
doet zijn best niet in te zakken, zoals
een ingehouden buik niet bol te zijn -
ook andersom is vergelijken.
2.
Lopend. Bijvoorbeeld naar de ramen
en terug en toch weer naar de ramen,
omdat geluid zich buigt naar wat je
horen wilt, maar het niet is. Er danst
een stoet voorbij, verklede mensen die
iets onverstaanbaars juichen, van elkaar
goed weten hoe ze heten en te kijken
dansen dat je kijken moet.
3.
Staand. Bij een ingang, uitgang waar je zei
dat, maar er zijn er drie, je weet niet meer
of die of deze. Van blijven staan komt
niemand tegen, maar met bewegen
wordt haast bereikt wat net verdween.
Zeker nog niet gezegd wie blijft en wie
beweegt en wie dan wie wanneer
en van hoe ver weer ziet.
4. Niet.
Door Joke van Leeuwen








Het enige gedicht dat ik van Joke van Leeuwen kende was het gedicht dat afgelopen winter de ‘Herman de Coninckprijs’ won, namelijk ‘andermans hond’. Ik vond er absoluut niks aan, gelukkig was dat een vooroordeel. Deze verzen doen me denken aan jazz. Ritmisch zit het perfect in elkaar en toch weet ze te verassen.
Smaak is natuurlijk persoonlijk, maar ik heb het vooral voor “lijmen” en “heppie” (vind je hier).
Kinderlijke eenvoud.
Ik merk dat ik een dichter niet zomaar goed vind, ik vind steeds een of meerdere gedichten goed, maar zelden het hele oeuvre – dat in tegenstelling tot prozaschrijvers.
Helemaal eerlijk is dat natuurlijk niet. Vraag mij dus niet wat ik vind van deze of gene poëet… Het antwoord is een opsomming gedichten
Een gedicht schrijven duurt een half uur. Een roman vergt daarentegen maanden werk. Op een half uurtje is het dus veel makkelijker uit te schuiven. De ene dag is de andere niet. Bij een boek is dat moeilijker te merken, tenzij je elke pagina an sich beoordeelt natuurlijk. Afijn, dat is dan wel mijn bescheiden mening.