…, moet op de blaren zitten

21 augustus, 2006

Firinthehole
Je zult er maar in slagen drie keer op een dag met vuur te spelen. De gevolgen zijn net binnen de perken gebleven-godzijdank.

Een vroegtijdige herfst: sommigen zijn voor, anderen tegen.
Hoedanook, ik besloot mijn koksmuts op te zetten en een heuse kippensoep uit mijn lamamouw te toveren. Nadat het brouwsel enige uren had staan sudderen, pruttelen en stomen, was het mijn inziens klaar voor de grote proef.
Mijn smaakpapillen opwarmend nam ik een grote slok… om dan te beseffen dat ik had moeten blazen, dat een vet mengsel je des te sneller verbrandt, dat ik eigenlijk dringend nog een was moest insteken-doch dit terzijde-, en beseffend dat er dringend actie moest ondernomen worden onder de vorm van een lamaspuug van jewelste.

Resultaten: een vreemd aanvoelende, licht opgezwollen tong die het pijnlijk maakt krokante ontbijtcrackers te smikkelen en een actionpainting getiteld ‘Lama Spits Soup’ op de keukenmuur.

Om me enigszins te troosten had ik een pot thee gezet (what was I thinking-het zal wel een hang naar gezelligheid geweest zijn), die ik bij het neerzetten half over mijn hand uitkieperde.
Resultaat: een blaar op mijn poezelig lamapootje.

Hinkend en met een dubbele tong pratend besloot ik toch nog uit te gaan eten om de avond enigszins goed af te sluiten. Gelukkig was mijn gesprekpartner een vlotte prater waardoor mijn stiltes niet opvielen. En oké, we hadden nu niet meteen naar de Indiër moeten trekken, maar het zal wel inherent zijn aan lama’s om de zaken alleen maar erger te maken. (Het eten, kip, was trouwens best lekker.)

Enige uren later en terug thuis was de vervaarlijke magma genaamd kippensoep afgekoeld en kon ik ze in de diepvriezer deponeren.
Hoewel het buiten koel was voor de tijd van het jaar, was het in de keuken best warm. Heel warm eigenlijk. Vreemd.
En dan: verassing! (of toch bijna): de hitte kwam van de lege kookpot die enige uren had staan droogkoken op het gasvuur. Ik kon nog net de neiging onderdrukken om de pot met blote pootjes van het vuur te halen (het verstand komt laat op de avond) of er aan te beginnen likken (alles is mogelijk) en kon de hete pot buiten krijgen waarna ze een straal koud water uit de tuinslang over zich kreeg om af te koelen. Luid sissend liet ze dampend haar ongenoegen horen. Het lijkt wel een passage uit een lesbisch-erotische roman, maar we dwalen af.

Resultaat: een zwartgeblakerde kookpot en de schrik van mijn leven.

Conclusie: het laatste incident doet mij vermoeden dat ook lama’s engelbewaarders hebben, de eerste twee dat er tegelijkertijd een bewaarduiveltje bestaat.
Het is klein, onvoorspelbaar en gezegend met een rothumeur. Ehm. Verder geen commentaar…

Reageer